Via DDEL, de gemeentelijke dienst voor economische ontwikkeling, werd een intensief begeleidingsbeleid ontwikkeld voor de lokale veeteelt.

Landbouwingenieurs begeleiden de boeren met adviezen: ze gaan op het terrein en geven groepsvormingen. Naast productie besteden ze veel aandacht aan voedselzekerheid en monitoring van de gevolgen van de klimaatsverandering.

Daarnaast werkt de gemeente intens samen met de modelboerderij waar boeren nieuwe technologische evoluties kunnen leren kennen. Naast de modelboerderij wil de gemeente een ecologisch toeristisch park openen als nieuwe economische troef voor het dorp. De integratie van beide zones wordt een boeiende uitdaging.

Ook de beleidsvoering van de gemeentelijke ambtenarij wordt vergroot met een aangepast vormingspakket.

De buitenwijken worden gestimuleerd om zich te organiseren in comarcaraden. Zij sturen hun vertegenwoordigers naar de overlegtafel ‘productieve sectoren’. Hier komen ze in rechtstreeks overleg met de lokale overheid. Deze overlegtafel beschikt over beperkte fondsen om kleine initiatieven op het terrein te steunen.

Via een boerenmarkt kunnen boeren hun producten rechtstreeks aan de consument aanbieden. Daarnaast worden boeren opgeleid om ook de commercialisering van hun producten te verbeteren.

Dit economisch beleid kadert in een ruim plattelandsbeleid waarbij de gemeente de armoede in de buitenwijken (comarcas) wil indijken en duurzame landbouw in de rurale zone wil promoten.